Een oldtimer zien passeren blijft iets bijzonders. Maar wat betekent het om er zelf een te bezitten? Want achter het charmante uiterlijk schuilen niet alleen nostalgie, maar ook onderhoud, onzekerheden en soms hoge kosten. Sommige liefhebbers kopen een oldtimer zelfs als investering, maar wanneer rendeert dat, en wanneer wordt het een geldput?
In deze reportage spreken we met Maxime (21) uit de Vlaamse Kempen. Hij vertelt over de maandelijkse en jaarlijkse kosten, de frustraties én het plezier dat zijn wagen hem geeft.
De kosten op een rijtje
Een Porsche 944 is vrij betaalbaar, toch zeker in vergelijking met een oude 911 bijvoorbeeld. De aankoopprijs van exemplaren varieert sterk en hangt erg af van de staat, kilometerstand en onderhoudshistoriek van de wagen. Op Autoscout24 staan er tientallen 944’s te koop, aan prijzen die tussen de 10.000 en 45.000 euro liggen, met één uitschieter die aangeboden wordt voor 55.000 euro. Je kan dus al een mooie en sportieve oldtimer hebben voor de prijs van een gemiddelde nieuwe stadswagen. Dit maakt een 944 zeer gewild bij liefhebbers én jongeren die een opvallende wagen willen aanschaffen voor een schappelijke prijs.
(Lees verder onder de videoreportage)
Onderhoud: niet voor elk budget
Het onderhoud is een ander verhaal. We spreken hier over een Porsche, en een Porsche onderhouden is over het algemeen vrij duur. Maxime betaalt zo’n 500 euro voor een jaarlijks onderhoud. Hier wordt onder andere de olie vervangen en de banden en remmen nagekeken. Ook als er iets stukgaat, kan het best tegenvallen om goedkope wisselstukken te vinden. Nu is het wel zo dat een 944 over het algemeen een goede reputatie heeft als het op betrouwbaarheid aankomt. Toch heeft Maxime de koppeling van zijn wagen al eens moeten vervangen, omdat die helemaal opgebruikt was. Dat kostte hem al snel 2500 euro. Dat bedrag is voor de koppeling en de werkuren van de garagist.
Benzine: kleine ritjes, hoge kost
De benzine wordt in deze tijden alsmaar duurder. Dat is nog iets waar je rekening mee moet houden als je een oldtimer op het oog hebt. Maxime tankt trouwens ook super 98, de duurste benzine in tankstations. Euro 95 is namelijk niet goed voor veel oldtimers, maar dit hangt wel af van wagen tot wagen.
Maxime tankt ongeveer maandelijks met zijn 944, die een grote brandstoftank heeft van 66 liter. Dit komt neer op een maandelijkse kost van zo’n 100 euro voor benzine. De regelmaat waarmee je moet gaan tanken met je oldtimer, hangt natuurlijk af van de mate waarin je hem gebruikt. Het is vanzelfsprekend dat een oldtimer minder of zelfs niet rijdt in de koude en natte wintermaanden.
Verzekering: O-plaat bespaart duizenden euro’s
Tenslotte hebben we nog de laatste lopende kosten: de verzekering. Als je in België woont is het zeker aangeraden om je voertuig in te schrijven op een O-plaat, dit kan als het voertuig al meer dan 30 jaar geleden voor het eerst in het verkeer is gesteld. Als je oldtimer is ingeschreven met een O-plaat, betaal je aanzienlijk minder. Maxime betaalt zo’n 150 euro per jaar voor zijn mini-omnium. Liet hij zijn wagen inschrijven op een gewone 2-plaat, dan moest hij jaarlijks zo’n 3000 euro betalen aan de verzekeringsmaatschappij.
Het is dus veel voordeliger om je wagen in te schrijven op een O-plaat. Je betaalt nog wel de forfaitaire wegenbelasting, dat is een bedrag dat elk jaar kan verschillen. In Nederland kost het ongeveer even veel om een oldtimer te verzekeren, maar daar kan je wagen wel vrijgesteld worden van de wegenbelasting. Je voertuig moet dan wel meer dan 40 jaar geleden in gebruik zijn genomen.









