Wie over filosofie begint, krijgt vaak het argument dat dit saai en onbruikbaar is. Hoewel dit laatste wellicht opgaat voor een boel filosofen is er toch een denker te vinden wiens geschriften uiterst zinvol zijn. Het gaat bovendien over één van de iconen van de twintigste-eeuwse filsofie: Karl Popper.
Niet voor niets doceerde hij aan de London School of Economics (LSE). Zelf stelde hij dat filosofie ertoe moest bijdragen dat bestaande problemen via het gezond verstand moesten worden opgelost.
‘Filosoferen is een zaak van alle burgers’, luidt het devies van Popper. We zouden durven te stellen dat ‘filosoferen een zaak is van alle beleggers’. Filosofie hoeft niet saai en onpraktisch te zijn. Waarschijnlijk zijn goede beleggers zelfs goede filosofen. Maar ook dat laatste is – Popper indachtig – enkel een vermoeden.
10 regels van Karl Popper voor de belegger
We pasten de ideeën van deze grote denker toe op de beurs.
1. Een kritische houding ligt aan de basis van elk zoeken naar kennis
De basisingesteldheid van elke belegger moet zijn dat hij kritisch staat tegenover alles wat hij hoort of ziet. Soms schermen beleggers wel eens met uitspraken van deze of gene beursgoeroe. Laat je niet beïnvloeden, maar maak een kritische analyse van wat u hoort. Popper heeft immers een hekel aan meeloperij en blind geloof in een autoriteit.
2. Ervaring is een negatieve instantie
Volgens Popper is ervaring niet iets wat ons vertelt hoe het in elkaar zit, maar ontkracht het bepaalde verwachtingen die we hadden. Zo kunnen beleggers bijvoorbeeld aandelen kopen van bedrijven die een beloftevolle ontdekking hebben gedaan. Als de winstontwikkeling nadien tegenvalt, leert de belegger door scha en schande dat een beloftevol product niet noodzakelijk gelijkstaat met een hogere koers. Of dit is wat sommigen omschrijven als het betalen van leergeld op beurs.
3. De voorkeur moet uitgaan naar de theorie die empirisch onderbouwd is
In de pers worden vooral de extreme voorspellingen belicht. Op de site longterforecast zien we de Dow over enkele jaren boven de 100.000. Tegelijk zien we pessimisten bezig. Geen van beide voorspellingen is echt empirisch onderbouwd. De ‘correctste’ voorspellingen zijn wellicht deze die een beperkte schommeling voor de Dow voorspellen. Deze voorspellingen halen de pers niet omdat ze niet spectaculair genoeg zijn.
4. Onze observaties worden door onze visie bepaald.
Popper gelooft eigenlijk niet in objectiviteit. Alles wat we waarnemen is gekleurd door de bril waardoor we kijken. Toegepast op de beurs betekent dit dat de informatie zullen interpreteren in functie van onze ingesteldheid. Over elk aandeel zijn op het internet honderden adviezen te vinden. Het is gemakkelijk enkel rekening te houden met de informatie die je stelling bevestigt.
5. Wetenschap versus pseudo-wetenschap
Het verschil tussen wetenschap en pseudo-wetenschap is voor Popper essentieel. Wetenschappelijke activiteit is het zoeken naar verklaringen en het opstellen van een theorie die getoetst kan worden. Bij pseudo-wetenschap kan dit laatste niet. Als voorbeeld van pseudo-wetenschap gaf Popper astrologie. Ook op de beurs wordt astrologie gebruikt. Op de financiële zender CNBC werd begin dit jaar een astroloog opgevoerd die ons het verloop van de Dow exact kon voorspellen aan de hand van de stand van Jupiter. Larie uiteraard.
6. Pleidooi voor een multi-disciplinaire aanpak
Popper schreef dat we ‘geen studenten zijn van één of andere discipline, maar van problemen. En problemen gaan dwars door de grenzen van vakken en disciplines heen’.
Ook op de beurs is een multi-disciplinaire aanpak nodig. De beste benadering is nog steeds de behavioral finance. Hierbij worden inzichten uit de psychologie gebruikt om beursfenomenen te verklaren. Zo kunnen we koersschommelingen niet meer verklaren zonder rekening te houden met de emoties van de beleggers. Iets wat onbespreekbaar is binnen de oude strekking van de financiële theorie en meer bepaald het CAP-model.
7. Al onze kennis bestaat noodzakelijkerwijs uit gissingen en vermoedens
Sommigen stellen het voor alsof de beurskoers van een aandeel gebaseerd is op een wiskundige vergelijking waarbij de huidige koers gelijk is aan de actuele waarde van de toekomstige dividenden. Laten we liever Popper volgen. De koers is gebaseerd is het vermoeden dat onze informatie correct is. Kijk maar naar wat met Enron of Parmalat gebeurd is in het verleden.
8. Een goede theorie is er één waarbij de voorspellingen uitkomen
Indien een theorie goede voorspellingen of prognoses in de terminologie van Popper maakt, betekent dit nog niet dat de theorie juist is. We kunnen enkel aannemen dat de theorie niet ontkracht wordt. Voor de beurs gebruiken vermaarde economen modellen om te voorspellen indien de beurs gaat stijgen of dalen. Vandaag gaat het vooral over de AI-bubbel die op het punt staat om te barsten.
9. Onderscheid algemene gebeurtenis versus specifieke gebeurtenis
Popper hield sterk aan het onderscheid tussen een algemene gebeurtenis, iets wat regelmatig voorkomt, en een specifieke gebeurtenis. Zoals de naam zegt is dit laatste iets wat maar zelden voorkomt. Het verschil tussen beide gebeurtenissen impliceert dat je over specifieke gebeurtenissen maar weinig kunt zeggen. Zo proberen sommige analisten de huidige situatie te verklaren door terug te grijpen naar de krach van 1929 of de Japanse neergang. Toch gaat het hier om te specifieke fenomenen zodat elke vergelijking mank loopt.
10. Anti-determinisme
Determinisme betekent dat indien A gebeurt daar automatisch en onvermijdelijk B uit volgt. Popper was een anti-determinist omdat hij overtuigd was dat mechanisme veelal niet opging. De financiële wereld is bij uitstek een complexe omgeving waarbij determinisme uit den boze is. Als de rente verlaagd wordt, zou dit volgens een determistisch systeem slecht moeten zijn voor een munt. In de realiteit zien we soms dat valuta durven te stijgen na een rentedaling. Hetzelfde geldt voor andere fenomenen. Is werkloosheid goed voor de beurs? En inflatie? En AI?


